zaterdag 29 november 2008

Vogelvrij, zo vrij als een vogel

Zestig professionele beeldende kunstenaars, werkend in de regio Hengelo, hebben zich voor het project Vogelvrij, zo vrij als een vogel aangemeld. Een project waarbij hen is gevraagd om dit thema met behulp van een nestkastje te visualiseren in het kader van zestig jaar universele mensenrechten.
Medewerkers van de SWB hebben voor de zomer zestig houten nestkastjes gemaakt. De zestig kunstenaars die hadden aangegeven mee te willen doen, hebben zich de afgelopen maanden uitgeleefd; de één heeft het nestkastje in prikkeldraad gewikkeld, een ander heeft het helemaal aan stukken gezaagd. Eén van de vogelhuisjes heeft vleugels gekregen, maar er is ook een verbrand exemplaar. Het is een prachtig en heel divers geheel geworden.
Deze nestkastjes worden tentoongesteld van 1 december tot en met 20 december in de bibliotheek. De expositie is georganiseerd door Amnesty Hengelo en Art.1 Overijssel.

TC Tubantia schreef afgelopen week al verschillende keren over deze expositie; een aankondiging in dit artikel, maar artikelen zoals deze en deze over een de kunstenares Guusje Beverdam die het nestkastje niet verwerkt heeft in haar kunstwerk.

De nestkastjes kunnen gekocht worden. Dit kan vanaf 2 december door een bod uit te brengen via de website van Art.1. De inzet is vanaf 100 euro per nestkastje. De hoogste bieder krijgt bericht dat hij/zij eigenaar is geworden van het nestkastje. De opbrengst wordt beschikbaar gesteld aan Amnesty ten behoeve van één van haar projecten.

Tijdens de Internationale Mensenrechtendag op woensdag 10 december wordt een tentoonstelling geopend waar de nestkastjes te zien zijn. In de bibliotheek vindt vanaf 20.00 uur de opening plaats van Vogelvrij, zo vrij als een vogel. Janneke Oude Alink,wethouder van de gemeente Hengelo en Mw. Lisette Pelsers, directeur RijksmuseumTwenthe openen de expositie. Deze avond wordt ook de catalogus gepresenteerd.

woensdag 26 november 2008

T staat voor Tevergeefs

Het zal eind jaren 90 zijn geweest toen ik voor m'n verjaardag het boek L staat voor Leugens kreeg. Dat was toen het nieuwste deel uit het Kinsey Millhone-alfabet van de schrijfster Sue Grafton.

Als tiener heb ik alle boeken van Agatha Christie gelezen, dus de voorkeur voor lekker leesbare detectives, met een terugkerende hoofdpersoon, was toen al aanwezig. Na de kennismaking met privé-detective Kinsey Millhone was een trouwe vriendschap geboren en ben ik met terugwerkende kracht bij de A begonnen om al haar avonturen te beleven.

Dit jaar verscheen T staat voor Tevergeefs. Nu eens geen avontuur dat door een opdracht van buiten Kinsey's leven binnendringt, maar problemen dicht bij huis. Buurman Gus komt ongelukkig ten val en heeft tijdelijk thuishulp nodig. De op het eerste oog vriendelijke Solana biedt haar diensten als verpleegkundige aan. Ondanks dat Kinsey bij het natrekken van Solana's referenties niks onregelmatigs had ontdekt, voelt ze steeds sterker dat er iets niet klopt.

Solana blijkt zich op slinkse wijze in het leven van hulpeloze bejaarden binnen te dringen. En haar methoden om bejaarden onder de duim te houden zijn net zo medogenloos als die waarmee ze wantrouwige omstanders uit haar buurt weert. Langzaam wordt de strop om Gus' nek strakker aangetrokken en wordt het voor Kinsey moeilijk om hem te redden uit de klauwen van deze vrouw.

Net als in de andere boeken van Grafton zijn er kleinere verhaallijnen doorheen verweven, wordt er soms verwezen naar een zaak uit een eerder boek en komen dezelfde vrienden en buren voorbij. Je kunt alle delen prima los van elkaar lezen, maar het is wel leuk om bij het begin te beginnen en mee te groeien met Kinsey en haar omgeving. Ze is een zelfstandige, beschouwende, meestal alleenstaande, soms vertwijfelde, pittige dertiger. Ik mag haar wel. Misschien is dat waarom ik de boeken blijf lezen.

Grappig is dat Kinsey langzamer leeft dan dat Grafton de boeken schrijft. Deel 1 stamt uit 1982 en in deel 20 zijn we pas zes jaar verder. Ze moet het doen zonder mobieltje of computer, om maar even twee belangrijke verschillen met die tijd te noemen. Dat maakt het voor Grafton misschien lastig, omdat ze bepaalde (onderzoeks)technieken nog niet ten tonele kan voeren, maar als lezer heeft het wel zo z'n charme. Even weer terug naar die tijd 'toen alles nog gewoon was', zonder dat de thema's of de verhalen achterhaald zijn.

Reserveer in onze catalogus

dinsdag 25 november 2008

In de wolken!

Ik ben altijd al gefacineerd geweest door wolken. Wolken hebben iets sierlijks en liefelijks maar ze kunnen ook donker en dreigend zijn. Ik vind dat wolken niet de aandacht krijgen die ze verdienen! Gelukkig vond Gavin Pretor-Pinney dat ook en schreef daarom de Wolkengids: wolken in de geschiedenis, wetenschap en cultuur.

Het is een fantastisch boek dat systematisch is opgebouwd in drie niveaus van wolken: lage wolken, middenhoge wolken en hoge wolken. Per niveau zijn ze weer onderverdeeld in typen die weer hun soorten en variaties hebben. Dit onderscheid is handig, want soms word je wat duizelig van de latijnse termen. Maar het is prima te volgen voor de natuurkundeleek die ik ben. Je wordt er eigenlijk alleen maar enthousiaster van: hij weet een goeie mix te maken van feiten, fascinatie en humor. Hij geeft ook voorbeelden van de culturele invloed van wolken, van Shakespeares toneelstukken tot de films van Spielberg.

Gavin Pretor-Pinney is ook de oprichter van het succesvolle Wolkenliefhebbersgenootschap met een kleine 14.000 leden wereldwijd. In het boek staan veel foto's die zijn toegestuurd door enthousiaste leden.

Dit boek is een echte aanrader al was het alleen maar tijdens een wandeling te kunnen zeggen: "doorlopen jongens, daar komt een vette cumulonimbus aan".

Reserveer in onze catalogus

Peter

zaterdag 22 november 2008

Huub van der Lubbe

Dinsdag 18 november trad Huub van de Lubbe op in de bibliotheek. Het eerste deel van de avond werd hij geïnterviewd door Ingrid Bosman; een interview met gedichten èn humoristische anekdotes. Over zijn muzikale carrière die ooit begonnen was met een Beatmis in de katholieke kerk in Krommenie, waar zijn vader kapelaan was. En hoe hij elke gelegenheid - geboorte van zijn zusje, Sinterklaas - aangreep om een gedicht te schrijven.
Maar mooie overpeinzingen waren er ook. "De zegen van schrijven is dat je het helemaal zelf mag weten. Heerlijk." En: "Het eerste couplet van een lied kun je vrijwel altijd weggooien." En: "Met een gedicht ben je koning in je eigen rijkje."

Ingrid leest een stukje voor uit de column van haar collega Theo Hakkert Niet de prutser maar de dichter waarin Theo eindigt met de vraag: "Kan Van der Lubbe niet Dichter des Vaderlands worden?" Hij voelt zich gevleid maar zelf relativeert Van der Lubbe liever zijn dichterschap. "Ik moet nog een hoop leren. Ik ben er nog lang niet."
Met het verschijnen van Gerrit Komrij's bloemlezing van de Nederlandse poëzie, op de Gedichtendag 29 januari 2007, kreeg Huub van der Lubbe zijn Dichtdiploma uitgereikt, want hij stond erin. "Met drie gedichten! Ook nog hele lange!" Een van die gedichten is Recht door zee. "Dat is super natuurlijk," zei Van der Lubbe. Natuurlijk doe je het er niet voor, maar in de dikke Komrij staan, hoort tot de aangename dingen." Voor de uitreiking van de bloemlezing had hij een gedicht gemaakt.
Hij heeft het ook nog voorgelezen: ik citeer alleen de laatste regels van dit gedicht:

Niets is zomaar hengel, dobber
vis en aas, zoals weer blijkt
want vandaag krijgt deze tobber
zijn dichtdiploma uitgereikt


Huub heeft Komrij gevraagd of hij, als voorzitter van het poëziecomité, het wilde ondertekenen en dat heeft hij gedaan. Het hangt nu bij Huub op het toilet, in een gouden lijstje.
Na de pauze volgde het muzikale deel van de avond. Van der Lubbe grijnst stoer en ondeugend de zaal in voordat hij zichzelf op akoestische gitaar begeleid. Ook zonder de toeters en bellen van De Dijk blijven de nummers overeind staan, al vind ik de verhalen achter de nummers soms nog mooier. Nummers van o.a De Dijk werden afgewisseld met poëzie. Teer en ontroerend soms, maar o zo mooi.

Huub kan gevoelig zingen over de liefde. Mijn Van Straat Geredde Roos van de cd Brussel is daar een mooi voorbeeld van. Ook dit lied zong hij deze avond.
Het begon met Barry Hay die hem op een avond in Paradiso een roos gaf: "Kijk, Huub, die heb ik voor jou van straat gered." Dat beeld is in zijn hoofd blijven hangen, al gaat het inmiddels over een meisje dat door hem van straat geplukt wordt.
Af en toe ging een nummer de mist in, dan maakte hij een geintje en begion opnieuw. Het werd hem vergeven door het publiek. Hij kreeg een staande ovatie!

Reserveer in onze catalogus

vrijdag 21 november 2008

JW Roy leeft!

Als fan van het eerste uur heb ik de carrière van JW Roy gevolgd. En het allemaal voorbij zien komen: de mooie rootsnummers, rauwe americana, hartverscheurende ballads. Maar ook de 'ommezwaai' naar het Brabants en het Nederlands en de discussie die dat met zich meebracht: 'is het nou nog wel americana?' Doet dat er feitelijk wel toe? Toegegeven, ik heb ook een duidelijke voorkeur voor het Engelstalige werk (sorry, Jan Willem), maar in zijn Nederlandstalige nummers zit dezelfde hartstocht en passie. Luister maar eens naar Laagstraat 443: als je het hebt over roots, dan lijkt me dit toch echt een schoolvoorbeeld! En hoewel de opvolger JW Roy iets meer richting pop gaat, blijven de optredens van JW een intiem feestje. Steevast 'hebben we het gezellig, mensen', ook al waren er in de voorverkoop maar 8 kaarten verkocht voor zijn concert in metropool begin vorige maand...


Die gezelligheid en het enthousiasme zijn duidelijk hoorbaar op zijn laatste album JW Roy leeft. Een mooie compilatie van nummers van de 2 laatste cd's, met een voortreffelijke begeleidingsband (hoewel ik de hammond van Roel Spanjers blijf missen, maar dat terzijde...). Luister in dit radio-interview wat JW Roy er zelf over zegt. En mocht je zijn muziek niet kennen, dan geeft dit fragment van TV West een kleine indruk.



Een aanrader dus voor liefhebbers van eerlijke folkmuziek, of het nou Nederlands of Engels is. Maar ga hem vooral zien; de live-ervaring laat zich nu eenmaal lastig op een schijfje persen...

Eck

Hyves-pagina JW Roy
Beluister fragmenten op Muziekweb
Reserveer in onze catalogus

dinsdag 18 november 2008

Jonathan Coe: De regen voor hij valt


Jonathan Coe schreef tot nu toe vooral politiek getinte romans. In de "De regen voor hij valt" beschrijft hij de geschiedenis van een familie in het engelse Shropshire gedurende enkele generaties.
Deze geschiedenis wordt op een wel heel bijzondere manier verteld. Het is de stervende Rosamund die twintig foto's beschrijft voor de blinde Imogen. Zij doet dit niet rechtstreeks, want Rosamund heeft Imogen al jaren niet meer gezien en weet zelfs niet of zij nog leeft. Nee, zij spreekt haar verhaal in op bandjes.

Op een gedetailleerde, zeer beeldende wijze, volgen we het verhaal van Rosamund, dat begint tijdens de Tweede Wereldoorlog. Op wel heel natuurlijke wijze komen een aantal controversiele onderwerpen aan bod. Zo verhaalt Rosamund tussen de regels door over haar lesbische relaties en de maatschappelijke complexiteit die dit met zich meebrengt, zeker als je dit plaatst in het tijdsbeeld. Net als in 'Twee vrouwen' van Harry Mulisch speelt de kinderwens een belangrijke rol.
Het hoofdthema van het boek is echter de moeizame en liefdeloze moeder - dochter relatie die generatie op generatie doorgegeven wordt.

Wat het boek zo bijzonder maakt is, dat het nergens gemaakt of overdreven overkomt. Het is het onopgesmukte, heldere verhaal aan de hand van die twintig foto's, die je na het lezen van deze roman voor altijd op je netvlies hebt staan.

Reserveer in onze catalogus

donderdag 13 november 2008

Beste meneer Chambers,

Waarom? Probéér het me in ieder geval uit te leggen. Ik wil het echt snappen. Waarom?

U hebt me de laatste tijd behoorlijk bezig gehouden. Door een artikel over uw laatste boek uit een serie van zes, besloot ik ze allemaal te lezen. U hebt bijna 30 jaar de tijd genomen voor het schrijven, ik las ze in een paar maanden. U bent een gewaagd schrijver, voor tienerboeken, maar dat kan ik als bijna 40-er wel aan.

De kennismaking via Je moet dansen op mijn graf was gelijk raak. Onderweg merkte ik dat uw boeken toch best verschillen van toon en schrijfstijl. Zo sprak Verleden week, de jongste van de zes, me het minst aan.

Met Nu weet ik het betreedt u het pad van het geloof. Voor iemand zonder godsdienstige achtergrond een interessant pad om samen met de hoofdpersoon te bewandelen. En De Tolbrug was weer subliem. Mooie vorm, goed verhaal. Terecht dat u daar prijzen mee hebt gewonnen en dat het is bewerkt voor toneel.

Niets is wat het lijkt voelde als een thuiswedstrijd. Het speelt in Amsterdam en mengt op een bijzondere manier het heden en de Tweede Wereldoorlog in elkaar. Een periode uit onze geschiedenis die me blijft fascineren.

En dan kom ik eindelijk bij dat laatste boek waar deze reis om begon: Dit is alles. Het hoofdkussenboek van Cordelia Kenn. Een dik boek. Met voor het eerst een vrouwelijke hoofdpersoon. Toch weet u ook hier de thema's homoseksualiteit en depressiviteit terug te laten komen. Het lijkt een rode draad in al uw boeken, wat me overigens wel nieuwsgierig maakt naar de achterliggende gedachte.

Maar goed, Dit is alles dus. Een dagboekvorm dit keer. Waardoor je als lezer niet alleen in het hoofd van de schrijfster kruipt, maar haar zelfs bijna wordt. Misschien raakte het me allemaal wat extra, omdat ik als tiener ook veel dagboeken schreef. En het gaat over die eerste liefde. Geen doorsnee tienerbevlieging, want ze beleeft het allemaal wel erg intens, moet ik zeggen. Misschien was ik stiekem ook wel een beetje jaloers, dat doen verhalen soms met je. Naast de liefde is er ook het volwassen worden, de zoektocht naar wat je wilt maken van je leven. Dat laat toch niemand onberoerd.

En dan ineens... meneer Chambers, waarom? Waarom hoofd-kussenboek zes? Het was toch goed zo? Ik was echt in shock. Heb het boek een dag laten liggen voordat ik het uit kon lezen. U had me hier niet op voorbereid en ik merkte dat ik het ook niet wilde of kon accepteren. Zit ik daar als bijna 40-jarige 30 bladzijden lang stille tranen te druppelen om een tienerboek...

Begrijp me niet verkeerd, ik hou best van een beetje kietelen. Een open einde, rondzingende vragen, diepere lagen. Ik vind het bijna je taak als schrijver om je lezer uit te dagen zijn eigen verhaal te maken. Maar dit is geen uitdaging, dit is... oneerlijk. Dit doet pijn.

Blijf ik met nog een vraag achter: wat zeggen deze tranen me over mijzelf? Of is die vraag het antwoord op uw waarom? Is dat alles?

Voor altijd uw,
Astrid

Reserveer in onze catalogus